De Body Mass Index (BMI) is je gewicht in kilogram gedeeld door het kwadraat van je lengte in meter. Het is een goedkope en eenvoudige screeningsmethode voor gewichtscategorieën zoals ondergewicht, gezond gewicht, overgewicht en obesitas. De BMI meet niet rechtstreeks het lichaamsvet, maar is er wel matig mee gecorreleerd.
Bereken je BMI
Vul je lengte en gewicht in, je BMI en categorie verschijnen direct.
BMI is een indicatie en houdt geen rekening met spiermassa, leeftijd of lichaamsbouw. Twijfel je over je gewicht of gezondheid? Overleg met je huisarts.
BMI berekenen
De Body Mass Index is je gewicht in kilogram gedeeld door het kwadraat van je lengte in meters. Meer is het niet. Juist die eenvoud maakt hem bruikbaar als eerste indicatie en ongeschikt als eindoordeel. Hieronder wat het getal wel zegt, wat het niet zegt, en voor wie het helemaal niet opgaat.
De formule
BMI = gewicht in kilogram gedeeld door (lengte in meters × lengte in meters).
Weeg je 78 kilo bij een lengte van 1,80 meter, dan is dat 78 gedeeld door 3,24, oftewel 24,1. Gebruik je echte lengte en je gewicht zonder schoenen en zware kleding, want een paar centimeter scheelt al een halve punt.
De grenzen die het Voedingscentrum aanhoudt
Voor volwassenen van 19 tot en met 69 jaar geldt een BMI tussen 18,5 en 25 als gezond gewicht. Onder de 18,5 spreekt men van ondergewicht, vanaf 25 van overgewicht.
Voor 70-plussers liggen die grenzen anders. Bij ouderen ligt de optimale BMI hoger, en daarom spreekt het Voedingscentrum bij deze groep pas van overgewicht vanaf een BMI boven de 28. Ook aan de onderkant verschuift de grens: voor het vaststellen van ondervoeding wordt tot 70 jaar een BMI onder de 20 aangehouden en vanaf 70 jaar een BMI onder de 22.
Voor kinderen gelden weer eigen afkapwaarden, die per leeftijd en geslacht verschillen. De volwassenengrenzen zeggen bij een kind van acht dus niets.
Wat de BMI niet meet
De BMI meet lichaamsgewicht, niet lichaamsvet. Twee mensen met dezelfde BMI kunnen een heel verschillende lichaamssamenstelling hebben, omdat spieren, botten en vet allemaal meewegen in dat ene getal op de weegschaal.
Daarom noemt het Voedingscentrum een aantal groepen waarvoor de BMI geen bruikbare maat is:
- Krachtsporters en mensen met veel spiermassa. Spierweefsel weegt zwaar, waardoor de BMI hoog uitvalt zonder dat er sprake is van overgewicht.
- Zwangeren en vrouwen die borstvoeding geven. Het gewicht verandert om redenen die niets met vetopbouw te maken hebben.
- Kinderen, waarvoor aparte grenzen gelden.
Ook binnen de groep waarvoor de BMI wél is bedoeld, blijft het een grove maat. Het getal zegt niets over waar het vet zit, en dat blijkt juist relevant.

Meet er je middelomtrek bij
Vet rond de buik telt zwaarder mee dan vet op de heupen of benen, en dat zie je niet terug in je BMI. Het Voedingscentrum hanteert daarom een tweede maat, de middelomtrek, met deze grenzen:
- Mannen: 94 tot 102 centimeter is het risicogebied, vanaf 102 centimeter is de middelomtrek te hoog.
- Vrouwen: 80 tot 88 centimeter is het risicogebied, vanaf 88 centimeter is de middelomtrek te hoog.
Meten doe je staand, op de blote huid, halverwege je onderste rib en de bovenkant van je heupbot, aan het eind van een normale uitademing.
Eén voorbehoud dat je zelden leest: voor volwassenen van 70 jaar en ouder zijn deze grenswaarden volgens het Voedingscentrum mogelijk te laag, en er is nog geen duidelijkheid over welke afkappunten dan wel gebruikt moeten worden. Ben je 70 of ouder en twijfel je, ga dan naar de huisarts in plaats van zelf conclusies te trekken uit een meetlint.
Andere manieren om lichaamsvet te meten
Er zijn preciezere methodes dan de BMI: huidplooimeting met een schuifmaat, bio-elektrische impedantie (de weegschaal die een stroompje door je stuurt), onderwaterwegen en isotoopverdunning. Ze hebben allemaal hetzelfde praktische probleem: ze zijn duur, moeilijk te standaardiseren, of ze vragen om iemand die weet wat hij doet. Twee metingen op verschillende apparaten zijn zelden goed vergelijkbaar.
Wil je toch een schatting van je vetpercentage, houd er dan rekening mee dat er in Nederland geen officiële norm voor een gezond vetpercentage bestaat zoals die er voor BMI en middelomtrek wel is. Het Voedingscentrum werkt met die twee, en dat is niet toevallig: het zijn de maten waarvoor bruikbare grenswaarden zijn vastgesteld.
Hoe Nederland ervoor staat
Even voor de context. Uit de Gezondheidsenquête en Leefstijlmonitor van het CBS en het RIVM over 2024 blijkt dat de helft van de volwassenen overgewicht heeft: ongeveer 35 procent matig overgewicht en 16 procent obesitas. Het aandeel met overgewicht schommelt al jaren rond de helft, terwijl het aandeel met obesitas blijft stijgen.
Uit datzelfde onderzoek blijkt ook iets anders: 62 procent van de volwassenen is tevreden met het eigen gewicht, tegen 64 procent een jaar eerder. Bij mensen met een gezond gewicht is dat 83 procent, bij matig overgewicht 52 procent en bij obesitas 18 procent. Een BMI is dus niet alleen een getal over gezondheid, maar ook een getal waar mensen zich toe verhouden.
Wat je met de uitkomst doet
Een BMI buiten de bandbreedte is een aanleiding om verder te kijken, geen diagnose. Wat een zorgverlener er verder bij betrekt zijn je middelomtrek, je bloeddruk, je bloedwaarden, je beweegpatroon, je eetpatroon en wat er in je familie speelt. Die combinatie zegt iets; het losse getal niet.
Zit je boven de bandbreedte en wil je daar iets aan doen, begin dan bij je energiebalans. Hoeveel je per dag nodig hebt, staat in dit artikel over kcal per dag, en hoe je die energie over eiwitten, koolhydraten en vetten verdeelt in dit artikel over macro's berekenen. Wil je weten waar je ruststofwisseling ongeveer ligt, dan kun je je BMR berekenen.
Zit je eronder, dan is afvallen nooit het antwoord. Zoek dan eerst uit waar het vandaan komt en overleg met je huisarts.
Een schema dat bij je uitkomst past
Wij zijn voedingscoaches en stellen geen diagnoses. Wat we wel doen is een eetpatroon opbouwen dat past bij je energiebehoefte en dat je volhoudt. Wat daarbij komt kijken en wat het kost, staat op de pagina met abonnementen.
Veelgestelde vragen
Hoe bereken je je BMI?
De BMI is het gewicht van een persoon in kilogram, gedeeld door het kwadraat van de lengte in meter. Het is een goedkope en eenvoudige screeningsmethode voor gewichtscategorieën zoals ondergewicht, gezond gewicht, overgewicht en obesitas.
Meet de BMI rechtstreeks het lichaamsvet?
Nee, de BMI meet niet rechtstreeks het lichaamsvet, maar is er matig mee gecorreleerd. De BMI stelt geen diagnose van de lichaamsvetheid of gezondheid; daarvoor voert een zorgverlener verdere beoordelingen uit.
Kan het lichaamsvet verschillen bij dezelfde BMI?
Ja, zelfs als twee mensen dezelfde BMI hebben, kan hun niveau van lichaamsvetheid verschillen. Zo hebben vrouwen bij dezelfde BMI meestal meer lichaamsvet dan mannen en atleten minder lichaamsvet dan niet-atleten.



